Bearded Collie

beardies-bovenaan

De Bearded Collie

De Bearded Collie is een oud Schots herdershondenras, waarvan de geschiedenis tot ca. 1540 te achterhalen is. Er bestaat een document uit 1514 waarin melding wordt gemaakt van drie honden die meekwamen met een Pools schip. De honden leverden uitstekend werk, en de plaatselijke herders raakten van hen onder de indruk. Zo kwam het dat ze werden geruild tegen enkele Schotse schapen. Waarschijnlijk is, met gebruik van deze honden, daarna het ras ontstaan, waarvan onze Bearded Collies afstammen. Anderzijds zijn er ook oude afbeeldingen die volgens onderzoekers bewijzen dat het ras al tijdens de Romeinse invallen in Schotland aanwezig was. In deze oude afbeeldingen zal de gemiddelde liefhebber slechts met moeite de huidige Bearded Collie herkennen.

Na de tweede wereldoorlog is het de grote verdienste van de Engelse Miss G.O. Willison (kennel Bothkennar) geweest, het ras meer bekendheid te geven. Pas in 1957 kwam de eerste Bearded Collie naar Nederland en in 1959 werd hier het eerste nest geboren.

De Bearded Collie is een slanke hond, die langer is dan hoog, in de verhouding 5:4. Ondanks zijn stevige bouw mag de hond niet te zwaar tonen. Eén van de kenmerkende eigenschappen van het ras is zijn onderzoekende uitdrukking. De schofthoogte van een reu ligt tussen de 53 en de 56 cm, en die van de teven tussen de 51 en de 53 cm. Ze hebben een dubbele vacht: een dichte, zachte en wollige ondervacht en een rechte, harde bovenvacht. Deze mag niet krullen, hoewel een beetje slag is toegestaan. De vacht is lang, maar mag de natuurlijke lijnen van de hond niet verdoezelen. Ook moet er voldoende licht onder de hond door kunnen komen.

De Bearded Collie is er in vier kleurslagen: zwart, bruin, blauw en fawn (zandkleurig). Daarnaast is er ook nog de zogenaamde tri-colour. De kleuren van de pups zijn veel meer uitgesproken en vaak totaal anders dan die van de volwassen hond. Al deze kleurslagen mogen met of zonder witte aftekeningen voorkomen. Deze aftekeningen mogen dan alleen op de voorsnuit, als bles, aan de hals, maar niet achter de schouder, niet op de buitenzijde van de achterbenen en niet boven de hakken voorkomen.

Zeer kenmerkend is de baard van de Bearded Collie, waaraan hij dan ook zijn naam dankt. De kleur van de ogen moet harmoniëren met de kleur van de vacht. De staart is laag aangezet, zonder haak of krul.

Hoe is zijn karakter in hoofdlijnen?

  • vriendelijk tegen mens en dier
  • speels tot op hoge leeftijd
  • eigenwijs
  • pienter
  • aanhankelijk
  • energiek

Waar kan hij beslist niet tegen?

  • de hele dag opgesloten zitten omdat het baasje en het vrouwtje werken
  • te weinig aandacht
  • te weinig beweging
  • baasjes die hem heel lief troosten wanneer hij ergens van schrikt (zo’n aai betekent immers een goedkeuring; dan wordt hij pas echt bang)

Wie moet vooral géén beardie nemen?

  • wie erg gesteld is op nette kleding en een keurig huis
  • wie geen tijd heeft voor, of geen zin heeft in een lange wandeling
  • wie denkt dat je met het fokken van beardies veel geld kan verdienen

Wat zijn de pluspunten?

  • zijn vriendelijke karakter
  • zijn speelsheid tot op hoge leeftijd
  • zijn intelligentie waardoor hij snel dingen kan leren
  • zijn verdraagzaamheid ten opzichte van andere honden
  • zijn onvermoeibare vrolijkheid

Wat zijn zijn minpunten?

  • de rommel die hij mee naar binnen neemt
  • zijn gevoeligheid voor harde geluiden
  • zijn intelligentie, waardoor hij soms kans ziet uw huishouden te regelen
  • het onderhoud van de vacht ( borstelen! )
  • zijn harde blaf

Wat verlangt de Bearded Collie van zijn baas?

  • de bereidheid om veel te wandelen
  • de bereidheid om hem een wekelijkse borstelbeurt te geven
  • de bereidheid om hem aandacht te geven zonder een ‘extra kind’ van hem te maken
  • de bereidheid om te accepteren dat er in huis zand en plukken haar op de grond liggen
  • een goede consequente opvoeding
  • een gevoel voor humor
  • een thuis voor de rest van zijn leven